Deel Advies

Meer ruimte voor de btw koepelvrijstelling?

Samenwerking is onmisbaar in de zorgsector. Toch levert dit vanuit btw-perspectief regelmatig knelpunten op. Wanneer instellingen onderling diensten verrichten, kan btw verschuldigd zijn. Omdat zorginstellingen nauwelijks recht hebben op aftrek van btw, is deze kostprijsverhogend. De btw koepelvrijstelling kan dan uitkomst bieden.
Op 22 januari 2026 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) twee arresten die een ruimere toepassing van deze vrijstelling mogelijk maken. Volgens het HvJ EU kunnen ook meer algemene diensten zoals schoonmaak eronder vallen. In dit artikel lichten we de vrijstelling en de arresten toe en bespreken we de impact van deze arresten op de Nederlandse praktijk.

Wat is de btw koepelvrijstelling?

De btw-koepelvrijstelling (ook: samenwerkingsverbandvrijstelling) maakt het mogelijk dat een samenwerkingsverband dat als zelfstandige btw-ondernemer kwalificeert (de ‘koepelorganisatie’) bepaalde diensten zonder btw verricht aan zijn leden, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. De leden verrichten btw vrijgestelde activiteiten of zijn geen ondernemer voor de btw.
  2. De diensten van het samenwerkingsverband zijn direct nodig voor de vrijgestelde of niet ondernemersactiviteiten van de leden.
  3. Het samenwerkingsverband belast uitsluitend tegen kostprijs door, naar rato van gebruik.
  4. Er is geen concurrentieverstoring ten opzichte van marktpartijen.


De vrijstelling voorkomt dat organisaties met vrijgestelde activiteiten btw-druk ervaren wanneer zij via een koepel samenwerken. De vrijstelling ziet alleen op diensten van de koepel aan de leden, niet op diensten van leden aan de koepel of van de leden onderling.
De vrijstelling geldt in beginsel alleen voor koepels die diensten verlenen aan organisaties die btw-vrijgestelde activiteiten van algemeen belang verrichten zoals medische zorg, onderwijs of maatschappelijk werk.

Beperkingen in de Nederlandse regelgeving

De Nederlandse wetgever heeft aanvullende beperkingen aangebracht. Zo zijn onder meer IT diensten, administratieve diensten, vastgoedbeheer en het uitlenen van personeel uitgesloten van de vrijstelling. De reden hiervoor is het risico op concurrentieverstoring: deze diensten worden vaak aangeboden door commerciële marktpartijen die wel btw in rekening moeten brengen.

Oordeel HvJ EU in de zaken van januari 2026

De arresten van 22 januari 2026 gaan over twee Spaanse koepelorganisaties die schoonmaakdiensten leveren aan hun leden die actief zijn in de zorg en het onderwijs. Een deel van het personeelsbeheer was uitbesteed aan derden. De Spaanse Belastingdienst vond dat de schoonmaakdiensten niet rechtstreeks en uitsluitend samenhingen met de vrijgestelde activiteiten van de leden.
Het HvJ EU oordeelde anders en overwoog onder meer het volgende:

1. Algemene diensten kunnen direct nodig zijn
Volgens het Hof kunnen “algemene” diensten zoals schoonmaak rechtstreeks nodig zijn voor de uitoefening van btw vrijgestelde activiteiten van algemeen belang. Zorg- en onderwijsinstellingen moeten voldoen aan hygiënevoorschriften, zodat schoonmaak dan rechtstreeks nodig kan zijn voor het verrichten van deze activiteiten.

2. Nationale uitsluitingen zijn niet altijd toegestaan
Het Hof benadrukt dat de nationale wetgevers niet vooraf categorieën diensten mogen uitsluiten, enkel omdat deze diensten ook voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. Dat zou de werking van de vrijstelling onnodig beperken.

3. Concurrentieverstoring moet concreet worden beoordeeld
Een mogelijke concurrentieverstoring moet per situatie worden beoordeeld. Het enkele feit dat een dienst ‘algemeen’ is, betekent niet automatisch dat btw-vrijstelling tot verstoring leidt.

Uit de arresten volgt dus dat voor toepassing van de koepelvrijstelling niet vereist is dat de diensten niet uniek, onmisbaar of exclusief hoeven te zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden. Het is voldoende dat zij direct nodig zijn.

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Omdat de koepelvrijstelling in de Nederlandse wet een implementatie is van de Europese Btw‑richtlijn, zijn de arresten rechtstreeks relevant voor de Nederlandse praktijk. De uitspraken laten zien dat meer ondersteunende diensten onder de koepelvrijstelling kunnen vallen dan tot nu toe werd aangenomen. Dat werpt vragen op over de uitsluiting van onder andere IT‑diensten, administratieve ondersteuning, vastgoedbeheer en uitlenen van personeel.

Deze algemene uitsluitingen kunnen namelijk te beperkend zijn en daarmee in strijd komen met het Europese recht. Volgens het HvJ EU moet het risico op concurrentieverstoring per concrete situatie worden afgewogen.

Mogelijk moet de Nederlandse regeling op termijn worden herzien of ruimer worden toegepast.

Wat betekent dit voor organisaties?

Voor zorg-, onderwijs- en andere instellingen van algemeen belang kan de koepelvrijstelling door deze arresten meer mogelijkheden bieden dan voorheen. Wij adviseren organisaties om:

  • de btw-aspecten van bestaande samenwerkingsverbanden (koepels) opnieuw te beoordelen;
  • te onderzoeken of koepels bepaalde diensten toch onder de vrijstelling kunnen laten vallen;
  • te verkennen of een nieuwe samenwerking via een koepel aantrekkelijker is geworden.


Heeft u vragen over de toepassing van de koepelvrijstelling of samenwerking in koepelvorm? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag mee.